
De
Johannesbroodboom hoort thuis in het oostelijk
Middellandse-Zeegebied. De peulen worden veel als veevoer gebruikt. De zaden,
die weinig variatie in gewicht vertonen, dienden in de klassieke oudheid als
gewichtseenheid voor goud en edelstenen.
Verspreiding
In
de droge delen van het Middellandse-Zeegebied komt de johannesbroodboom
Ceratonia siliqua voor, een zes tot tien meter hoge boom uit de familie der
vlinderbloemigen. Evenals de olijf en de dadelpalm wordt deze boom van oudsher
op grote schaal rond de Middellandse Zee gecultiveerd. Er zijn bomen met
mannelijke en met tweeslachtige bloemen. Uiteraard dragen alleen de laatste
vrucht. De vruchten van vlinderbloemigen noemen we peulen.
Toepassingen
De
stevige peulen van de johannesbroodboom bevatten veel zetmeel en suiker. Hun
opbrengst en kwaliteit wordt sterk bevorderd door enten, net als bij fruitbomen.
Bij ons staan de peulen bekend als johannesbrood of sint-jansbrood. Ze kunnen
tot 20 centimeter lang worden. Vanwege hun hoge voedingswaarde worden ze in
gedroogde vorm veel als veevoer gebruikt. Zelfs in het droogvoer van
bijvoorbeeld ons huiskonijn zit vaak een hoeveelheid gebroken
johannesbroodpeulen. Johannesbrood is ook geschikt voor menselijke consumptie en
vroeger was het dan ook voedsel voor de armen. Tegenwoordig bereidt men er nog
op bescheiden schaal siroop en een alcoholische drank uit. De zaden worden
gemalen en als vervanging van cacao gebruikt. Denk niet dat het surrogaat alleen
in slechte tijden als grondstof voor chocolade wordt gebruikt. Het wordt vaker
gebruikt dan menigeen denkt of weet. Van de vruchten van de johannesbroodboom
wordt siroop gemaakt en het wordt aan pijptabak toegevoegd. In Portugal
wordt er eau de vie uit de vruchten gedestilleerd.
Johannes
de Doper
De
naam johannesbrood verwijst naar de profeet Johannes de Doper. Deze profeet zou
tijdens zijn verblijf in de woestijn grotendeels van sprinkhanen hebben geleefd.
Diverse kenners zijn echter van mening dat deze 'sprinkhanen' in feite de peulen
van de johannesbroodboom waren. In het Engels heet de boom dan ook wel locust
tree (sprinkhaanboom) en de peulen locust beans (sprinkhaanbonen). Het toeval
wil dat de johannesbroodboom in werkelijkheid één van de weinige bomen is die
zelfs niet door sprinkhanen wordt bezocht, mogelijk omdat de taaie leerachtige
bladeren veel looistoffen bevatten. Ook het varkensafval (de 'draf' of de
'schillen') dat de 'verloren zoon' in de bekende bijbelse gelijkenis wenste te
eten, zou betrekking hebben op resten van johannesbroodpeulen.
De
zaden van de Johannesbroodboom als gewichtseenheid
Reeds
in de klassieke oudheid was bekend dat de zaden van de johannesbroodboom
buitengewoon weinig variatie in afmetingen en gewicht vertonen. Het gewicht
varieert tussen 197 en 216 milligram. Om die reden werden deze zaden als
gewichtseenheid gebruikt voor juwelen, goud en edelstenen. Bedenk hierbij dat er
nog geen algemeen aanvaard gewichtssysteem was. Ons huidige grammenstelsel
dateert pas uit het einde van de 18de eeuw. In het Midden-Oosten stonden de
zaden bekend als karaat (van het Arabische kirat, dat mogelijk weer is afgeleid
van het Griekse keration). Sinds 1907 is het karaat als gewichtseenheid
gestandaardiseerd, en op exact 200 milligram gesteld (één gram is dus vijf
karaat). Het gewicht van edelstenen wordt ook nu nog in karaat uitgedrukt. De
gewichtseenheid karaat moeten we niet verwarren met het karaat uit de
goudhandel. Daar is het een indicatie van het goudgehalte in goudlegeringen.
Terug